Inleiding
In
dit artikel benader ik het thema vanuit een ongebruikelijke hoek en wel
door het een onderdeel te maken van de psychische ontwikkeling van de
projectmanager.
Volgens
PMI in de VS[1]
bestaat projectmanagement competentie uit:
1.
De kennis en begrip van het vak
2.
De mate waarin iemand dit aantoont
3.
De onderliggende persoonlijke kenmerken
Ik
richt me op dit laatste aspect, in mijn mening het belangrijkste. Immers,
als een projectmanager bij falen wordt vervangen, ligt dat meestal meer
aan zijn persoonlijke kenmerken dan aan een correcte toepassing van
technieken.
Persoonlijkheid …
Volgens
Kohnstamm[2]
is de persoonlijkheid een samenhangend patroon van motieven, waarden, gevoelens, emoties, houdingen, gewoontes en opvattingen.
Samenhang in de wijze waarop mensen op anderen reageren. Ervaring leert
dat dit moeilijk te veranderen en toch zeer bepalend voor iemands
ontwikkeling is.
Een
klassieke tegenstelling daarbij is de nature-nurture
discussie (aanleg-milieu). In
welke mate zijn mensen bij de geboorte een onbeschreven blad en in welke
mate heeft hun milieu invloed?
De
invloed van de opvoeding werd voor het eerst benadrukt door Freud. Harris[3]
betoogt dat contacten met leeftijdsgenoten een nog grotere invloed op de
vorming van de persoonlijkheid hebben. Modern genetisch onderzoek doet
zelfs vermoeden dat onze afkomst meer invloed heeft dan we altijd dachten.
Met
de genen als uitgangspunt ontwikkelt de persoonlijkheid zich. Het zijn de
“kritieke ontmoetingen” met “belangrijke anderen” die de mens
vormen en specifiek gedrag conditioneren. Iemand opgegroeid te midden van
conflicten zal daar later in zijn leven op een andere manier mee om gaan
dan wanneer de omgeving harmonieus was geweest.
Onbewust …
Als
de jong volwassene het ouderlijk huis verlaat, is een belangrijk deel van
de persoonlijkheid al gevormd. Dit vormt het uitgangspunt voor de verdere
ontwikkeling, waaronder de loopbaan. Eén die overigens meestal onbewust
plaatsvindt. Er zijn maar weinigen die van school afkomen met het idee
projectmanager te worden. De onbewuste keuzen die daartoe leiden, hebben
alles te maken met iemands persoonlijkheid.
Wanneer
je terugkijkt, merk je dat bepaalde patronen zich steeds herhalen.
Sommigen mensen krijgen altijd de probleemprojecten, anderen ontmoeten
steeds weer dezelfde soort problemen. Deze patronen vormen
aanknopingspunten voor een “bewustere” ontwikkeling van de
persoonlijkheidsdimensie. De vraag is, hoe?
Je
kunt het zoeken in communicatietrainingen, waarvan je na afloop vol goede
moed aan de gang gaat, maar na een paar weken weer terug valt in het
vertrouwde patroon. Dat alles heeft te maken met het feit dat aanleg niet
te veranderen en conditionering moeilijk te doorbreken is. Dit lijkt
defaitistisch maar is het niet wanneer je bewust met dit gegeven om kunt
gaan.
Bewuster …
Bewuste
ontwikkeling van het persoonlijkheidsaspect in de loopbaan, begint met een
onvoorwaardelijke acceptatie van jezelf. Vanuit die acceptatie werk je
verder. Ik geef een aantal voorbeelden hoe dat zou kunnen.
Reflectie
en acceptatie
Een
regelmatige zelfreflectie maakt het onbewuste bewust. Door steeds eerlijk
terug te blikken, ontdek je welke patronen spelen. Elk patroon biedt een
ontwikkelmogelijkheid. Wanneer je als projectmanager steeds hetzelfde type
conflict tegenkomt, kijk dan eens naar jouw aandeel. Wat maakt dat je zo
reageert? Hoe voel je je? Wat is het effect van jouw gedrag op de ander?
Etc.
Het
gaat er dan nog niet eens om hoe het anders zou moeten. De eerste stap is
acceptatie. Rogers[4]
zegt: We kunnen niet veranderen, we
kunnen niet in beweging komen, tenzij wij grondig accepteren wie wij zijn.
Eerst accepteer je jezelf zoals je bent en onderdruk je de neiging om het
gedrag te veranderen. Dit geeft je de gelegenheid om bewuster met de
situatie om te gaan. Een volgende keer heb je dan meer “vrijheid van
keuze” en kun je de reactie beter afstemmen op de situatie. Hierdoor
word je niet anders, maar ontwikkel je jezelf.
Slechte
eigenschappen
Gerrickens[5]
komt met een verfrissende kijk op “slechte” eigenschappen. Die waar je
een slechte beoordeling door krijgt. Volgens hem zijn deze van oorsprong
goed, alleen wat overdreven of overontwikkeld. Deze vervormde kwaliteiten
roepen bij anderen ook weer vervormde kwaliteiten op, hetgeen ze dubbel
ineffectief maken.
Hij
stimuleert te zoeken naar de oorspronkelijke kwaliteit. Zo kan
besluiteloosheid in zijn kern voorzichtigheid zijn. Bemoeizucht -
interesse en drammen - vasthoudendheid. Die kern is dan iets dat in jouw
bereik ligt om verder te ontwikkelen. Je leert dus niet iets nieuws, maar
ontwikkelt iets wat in basis toch al aanwezig is.
Stamboomonderzoek
Een
andere manier om naar je ontwikkeling te kijken, is de familiestamboom.
Dat wat je (mogelijk) in aanleg mee krijgt van je (voor)ouders. Vroeger
wat dit heel gewoon, een man koos het beroep van zijn vader. In onze
moderne tijd van individuele keuzes doen we dat niet meer en laten daarmee
een arsenaal aan mogelijkheden liggen.
Wat
deden je ouders, je grootouders, wat zijn specifieke familietrekken en in
welke mate herken je die in jezelf? Met name die kwaliteiten die – naar
jouw idee – nog niet voldoende ontwikkeld zijn, zijn dan de moeite waard
om beet te pakken. De wetenschap dat “het bloed kruipt waar het niet kan
gaan” kan een enorme stimulans zijn bij het ontwikkelen daarvan.
Crises
Mensen
onder stress vallen vaak terug in vertrouwd gedrag. De stress biedt de
mogelijkheid om jezelf verder te ontwikkelen. Zeker wanneer deze enige
tijd duurt en je er met je huidige gedragsrepertoire niet uitkomt. Een
actieve zelfreflectie biedt je de mogelijkheid om iets van de
conditionering ongedaan te maken door het eens op een andere manier te
proberen. Wanneer dit nieuwe gedrag effectiever blijkt te zijn, heb je een
goede stimulans om het vaker zo te doen.
Aanbevelingen …
Wanneer
we loopbaanontwikkeling zien vanuit het perspectief van de persoonlijkheid
dan is het onvoldoende om met projectmanagers een persoonlijk
ontwikkelplan te maken en hier aan gestalte te geven middels verschillende
trainingen. Veel belangrijker is het om de projectmanager te stimuleren
tot en te helpen bij zelfreflectie en de moed om patronen als uitgangspunt
te nemen voor de professionele (en persoonlijke) ontwikkeling.
Eén
van de manieren waarop dit soms gedaan wordt, is middels een persoonlijke
coach. Toch zal dit in mijn optiek een laatste keus moeten zijn. Het is
wat Senge[6]
noemt “afschuiven van de last”,
waarbij de reflectie in een klinische omgeving plaatsvindt, terwijl echte
ontwikkeling in de praktijk van alle dag plaatsvindt.
Dit
heeft verregaande consequenties. Om er één te noemen:
De
praktijk om een projectmanager – wanneer hij niet functioneert – van
het project te halen, dient alleen in uiterste noodzaak te worden gedaan.
Het slecht lopende project is vanuit dit gezichtspunt een (verplichte)
ontwikkelmogelijkheid voor organisatie en projectmanager. Door rond de
projectmanager te staan en te helpen bij de (pijnlijke) reflectie bereik
je de volgende effecten:
·
De projectmanager lost zijn eigen
fouten op
·
Het problematische project wordt gered
·
De projectmanager leert van zijn
fouten (wordt meer ervaren)
·
Er is geen wisseling van
projectmanagers nodig
·
De projectmanager blijft behouden voor
de organisatie
De
manager, opdrachtgever, stuurgroep krijgen een meer ondersteunende rol die
er toe zal leiden dat de projectmanagement competenties van de organisatie
in zijn geheel zullen toenemen. Het vraagt een andere – in wezen veel
meer confronterende - aanpak van het management ten opzichte van zichzelf
en zijn projectmanagers. Maar wel één die zichzelf ruimschoots zal
terugverdienen.
[1](2002)
Project Management Institute Inc., Project
Manager Competency Development Framework (PMCD)
[2](1993)
Rita Kohnstamm, Kleine
Ontwikkelingspsychologie I,II & III
[3](1999)
Judit Rich Harris, Het
misverstand opvoeding
[4](1961)
Carl R. Rogers, On becoming a
Person
[5](1997)
Peter Gerrickes, Kwaliteiten,
een verfrissende kijk op eigenaardigheden
[6](1992)
Peter Senge, De Vijfde Discipline
|