|
Op
het gebied van projectmanagement is al veel gezegd. Misschien wel teveel,
al zolang het vak bestaat doen we verwoede pogingen om het monster dat
project heet te temmen. Opdrachtgevers hebben snel hun oordeel klaar over
het functioneren van de projectmanager. Zo ook in de politiek waar dan de
spreekwoordelijke hand in eigen boezem ontbreekt. Ik citeer willekeurige
uitspraken van politici wanneer de commissie Duivesteijn hen aanspreekt op
hun opdrachtgeverschap. Ik heb bewondering voor de verwoede pogingen
waarin een wanhopige kamer zoekt naar antwoorden.
“Dit
is al mijn vijfde optreden voor een commissie zoals de uwe. Daar kunt u
mij niet op aanspreken. Ik moet daarvoor echt in mijn geheugen graven. Ik
ben niet de expert, maar ik heb mij laten informeren door heel veel
experts. Het mooiste zou natuurlijk zijn dat je nog ergens een boom wist
waar je de goudstukken vanaf kon halen. Als ik er langer had mogen zitten,
was dat ongetwijfeld ook gebeurd.
Wat
betreft deze zaal: ik heb begrepen dat dit gebouw vijf keer zo duur is
geworden dan geraamd. En de Kamer zelf heeft het gemanaged! U herinnert
zich wellicht het beeld nog dat ik van mijn voorgangster een
miniatuurautobus kreeg. De houtskoolschets was in mijn ogen een poging
tot, zoals het woord houtskool al zegt, een heel ruwe schets van
essentialia die van belang zijn voor de ontwikkeling van een visie op de
infrastructuur of de economische structuur in de ruime zin van het woord
van Nederland in de toekomst.
Het
was een fascinerende tijd, zoals u zich misschien kunt herinneren. Ik ben
nooit verrast geweest. Ik weet dat niet meer precies. Ik heb ze niet
gezien. Niet helemaal. Je hoort wel eens wat. Ik was wel een beetje
verbaasd. Nee, dat is niet rationeel onderbouwd. Dat is mij ontgaan in die
tijd.
Het
parlement moet zich er meer bewust van zijn dat aan elke extra wens een
prijskaartje zit, om wat voor project het ook gaat. Het kabinet moet zich
er zeer bewust van zijn dat je op een gegeven moment gewoon moet zeggen:
het is mooi geweest, wij gaan niet verder.”
Al
mijmerend ben ik een stuk wijzer geworden, om maar met één van de
ondervraagden te spreken: “Nee, ik
maak er geen grap van. Het is het serieuze proces. Inderdaad. Sneu hè?”
|