Je kunt niet wonen in een visie
Ik weet niet of het je is opgevallen, maar de Gemeenteraad is met reces. In de laatste raadsvergadering van 2 juli ging het onder andere over wonen. Dat is terecht. Wonen is misschien wel het meest concrete politieke vraagstuk dat er is. Je kunt heel lang spreken over leefbaarheid, inclusiviteit, zelfstandigheid en toekomstbestendigheid, maar uiteindelijk komt de vraag gewoon terug op een eenvoudige plek: kan iemand hier blijven wonen?
Voor jongeren is die vraag pijnlijk. Voor gezinnen is die vraag urgent. Voor senioren is die vraag vaak existentieel. Want voor een oudere inwoner betekent verhuizen niet alleen een andere woning. Het betekent ook het loslaten van een straat, buren, gewoonten, winkels, huisarts, kerk, vereniging, bankje, looproute en uitzicht. Wie op leeftijd is, verhuist niet zomaar naar “een passende woning”. Die verhuist uit een leven.
Daarom viel mij in de vergadering iets op. Senioren werden wel genoemd, maar vooral als onderdeel van een beleidsrijtje. Starters en senioren. Jongeren en ouderen. Doorstroming. Passende woningen. Eigen inwoners. Bestaande kernen. Inbreiding. Omgevingsvisie. Allemaal verstandige woorden, maar samen vormen zij nog geen woonruimte.
De VVD zei dat ouderen in hun eigen dorp moeten kunnen doorstromen naar een passende woning. Ook werd gezegd dat er in de bestaande kernen kansen liggen voor kleinschalige woningbouw, inbreiding en herontwikkeling. Natuurlijk Belang vroeg vervolgens de vraag die onder het hele debat ligt: waar dan? In het onlangs gesloten coalitieakkoord staat heel duidelijk dat ‘groen groen blijft’, als de bekende locaties beperkt zijn en als niet iedereen, Carla en ik zeker niet, naar Amstelvoorde wil, waar komen die woningen dan precies?
Dat is de democratische kernvraag.
Niet: zijn we voor seniorenwoningen? Iedereen is daarvoor. Niet: vinden we doorstroming belangrijk? Natuurlijk. Niet: moeten starters en senioren kansen krijgen? Ja. De echte vraag is: hoeveel seniorenwoningen komen er, waar komen ze, wanneer zijn ze klaar en voor wie zijn ze bedoeld?
Zolang die vragen niet worden beantwoord, blijft de senior, die in het akkoord nog ‘oudere’ wordt genoemd, een figuur in de tekst. Een beleidsobject. Iemand die nodig is om de redenering van doorstroming kloppend te maken, maar die nog geen sleutel in handen krijgt. De oudere inwoner wordt dan onderdeel van een systeemlogica: als senioren doorstromen, komen eengezinswoningen vrij; als eengezinswoningen vrijkomen, kunnen gezinnen verhuizen; als gezinnen verhuizen, komt de woningmarkt in beweging. Op papier is dat prachtig. Maar papier heeft geen traplift nodig.
De omgevingsvisie werd in de vergadering terecht genoemd als noodzakelijk. Je moet weten waar wonen, werken, groen en verkeer elkaar versterken of juist verdringen. Maar er schuilt ook een gevaar in dat woord: visie kan een plek worden waar besluiten tijdelijk worden opgeborgen. Eerst visie. Dan onderzoek. Dan participatie. Dan uitwerking. Dan planning. Dan misschien bouwen.
Voor senioren is tijd geen neutrale factor. Een jongere kan soms nog wachten. Een gezin kan misschien nog even krap wonen. Maar iemand van 78 die nu wil verhuizen naar een gelijkvloerse woning in de eigen kern, kan niet wachten op een abstracte ruimtelijke ordeningstaal. Voor die inwoner is “later” geen planning, maar verlies.
Ook Amstelvoorde kwam voorbij. Sommigen zien daarin een nieuwe kans, een verbinding tussen Duivendrecht en Ouderkerk. Anderen vragen zich af of inwoners uit de bestaande kernen daar wel echt willen wonen. Die spanning is belangrijk. Een nieuwe wijk kan woningen opleveren, maar vervangt niet automatisch het verlangen om in de eigen kern te blijven. Wie zijn netwerk in Ouderkerk heeft, wordt niet vanzelf geholpen door een woning elders. Nabijheid is niet hetzelfde als thuis.
Daarom moet het debat over seniorenwoningen concreter worden. Niet als bijlage bij startersbeleid. Niet als voetnoot in doorstroming. Niet als toekomstige paragraaf in de een of andere visie. Maar als zelfstandige politieke keuze.
De raad zou wat mij betreft de volgende vragen centraal moeten stellen:
- Hoeveel levensloopbestendige woningen zijn er per kern nodig?
- Welke locaties worden daarvoor vóór 2030 concreet aangewezen?
- Welk deel daarvan is betaalbaar voor senioren met een gewoon pensioen?
- Hoe wordt gegarandeerd dat inwoners uit de eigen kern daadwerkelijk voorrang krijgen?
Pas dan wordt duidelijk of de woorden iets dragen. Want senioren kunnen niet wonen in een ambitie. Niet in een streefgetal. Niet in een visie. En ook niet in een coalitieakkoord.
Zij wonen alleen in woningen.
